Zero waste in de praktijk: lessen uit Sloterdijk Nieuw-West
Restafvalvrij werken klinkt als een doel voor ooit. Bij Athora is het bijna dagelijkse praktijk: in een jaar tijd zakte het aandeel restafval per persoon per dag van 11,9 naar 1,8 procent. Op 2 juni deelden ze in Sloterdijk Nieuw-West hoe ze dat aanpakten, en wat andere ondernemers daarvan kunnen meenemen.
Ondernemers onder elkaar
Een klein gezelschap, een open gesprek. Dat was de toon van de kennissessie De Weg naar Zero Waste, die GBC Sloterdijken organiseerde bij participant Athora. Programmamanager Lara Jongejans opende namens GBC met een korte schets van het netwerk en de thema’s waarop we in het gebied samenwerken: energie, water & groen, mobiliteit & logistiek en circulariteit. Op logistiek viel meteen een primeur te melden: Athora is gestart met een project rond logistieke bundeling op Sloterdijken. Maar deze middag stond afval centraal.
Het idee was simpel: laat de koplopers vertellen wat ze doen, en vooral waaróm. Want zero waste wordt pas concreet als je het verhaal achter de cijfers hoort.
Athora: van ambitie naar 1,8 procent
Martijn Schot, regisseur binnen Facility Management bij Athora, nam de zaal mee in de route. Waarom de keuze voor een zero-waste-traject? Afval is concreet en zichtbaar voor medewerkers, legt hij uit. En ze nemen het mee naar huis. Ofwel: ”het zet aan tot denken”, vult Willem van Biezen (Athora) vanuit de zaal aan.
Athora werkt toe naar een restafvalvrij kantoor en neemt daarbij de hele keten mee. Het ijkpunt is scherp: minder dan 15 gram restafval per medewerker per dag. Op de afvalladder die ze hanteren betekent dat een reis van standaardinzameling naar een echte zero waste office.
En het werkt! Tussen het eerste kwartaal van 2025 en datzelfde kwartaal in 2026 daalde het restafval van 11,9 procent (207 kilo) naar 1,8 procent (48 kilo). Het aantal mensen op kantoor nam in die periode juist toe, doordat sinds 1 maart collega’s uit Alkmaar naar Amsterdam verhuisden. Juist daarom is de daling van het restafval veelzeggend: meer mensen, en tóch beter gescheiden.
Hoe kregen ze dat voor elkaar? Niet met één grote maatregel, maar met veel verschillende maatregelen – van klein tot groot. De restbakken gingen weg; op een paar plekken bleef een ’twijfelbak’ staan, met af en toe iemandvan Ecosmart ernaast om het gesprek aan te gaan. Er waren flitsacties op de vloer, wastelabs waarin een vuilniszak op tafel werd uitgesorteerd, en een interne challenge. Communicatie is volgens Martijn de sleutel, en menselijk contact minstens zo belangrijk. Voor de communicatiefilmpjes kozen ze bewust eigen medewerkers: herkenbaarheid werkt.
Ook de keten ging mee. Athora bracht per leverancier in kaart wat er binnenkomt en hoe het verwerkt wordt, legde (zero-waste-)eisen vast in de inkoopvoorwaarden en neemt ze mee in aanbestedingen. Een mooie quick win: suiker- en zoetjesdispensers in plaats van single-use verpakkingen. En de koffiedrab? Die neemt Sodexo mee en gaat naar de oesterzwammenkwekerij.
Zijn belangrijkste tip voor wie wil beginnen: start met één pand en rol van daaruit uit. Willem voegt toe dat de sfeer binnen een organisatie meeweegt: wie zich prettig voelt op het werk, doet eerder mee. En misschien wel de kortste les van de middag: gewoon beginnen.
UWV: dezelfde les, andere schaal
Daarna was het woord aan Liza van Megen, ESG-beleidsadviseur bij UWV. Een heel ander speelveld: zo’n 58 panden en 23.000 medewerkers. Met die omvang valt er veel verschil te maken, en dat doet UWV ook: ruim 18.500 ton CO₂ ging er al af, onder meer via zonnepanelen, het verduurzamen van panden en het stimuleren van ov-gebruik.
De doelen liegen er niet om: 55 procent circulaire bedrijfsvoering in 2035, 100 procent in 2050, en in 2030 zero waste in de kantoren. UWV deed een nulmeting in 2019 en een meting in 2025 om beter te zien waar het staat. Wat Liza daaruit meeneemt: meten is lastig, maar bewustwording bij medewerkers minstens zo bepalend. Toen UWV herbruikbare mokken introduceerde, kwam daar eerst weerstand op. “Moet ik ‘m afspoelen, waar laat ik ‘m?” Het werd een interne zoektocht, met uiteindelijk op elke afdeling herbruikbare mokken vanuit de catering.
Net als Athora koos UWV bewust voor één pilotlocatie, Utrecht, en nam die lessen mee naar de andere kantoren. Verder zet UWV in op circulaire ketensamenwerking, een MVOI-academie, materiaalpaspoorten bij leveranciers en een ESG-dashboard dat alle afvalstromen inzichtelijk maakt. Het programma wordt jaarlijks extern getoetst via de MVO-prestatieladder.
Wat je hiervan kunt meenemen
De rode draad van beide verhalen was opvallend gelijk. Begin klein en bij één locatie, want daar leer je het meeste. Kijk verder dan je eigen afvalbak naar de hele keten: wat komt er binnen, en bij wie kun je dat aan de voorkant veranderen? En onderschat de mens niet: communicatie en betrokkenheid bepalen of het beklijft.
Er kwamen ook gedeelde worstelingen op tafel, bijvoorbeeld rond papierstromen die alsnog in de restbak belanden. Het laat zien dat zero waste een continu proces is. Of, zoals het tijdens de sessie klonk: je kunt eindeloos onderzoeken, maar uiteindelijk telt vooral dat je begint.
Verder lezen of meedoen?
Wil je weten hoe jouw bedrijf de eerste stap zet richting minder restafval?
Neem contact op met programmamanager Lara Jongejans.



