2025/11/19 geplaatst in Afval, Circulair, Nieuws

“84 procent van je afval hoort hier niet” 

Tien bedrijven in Sloterdijk Nieuw-West en in Zaanstad durfden hun containers te openen. Dit is wat ze vonden, en wat ze er nu mee kunnen doen. 

Je kunt wel roepen dat je duurzaam bezig bent met afval. Je kunt wel denken dat er best oké gescheiden wordt. Maar weet je het ook zeker? (Spoiler: meten = weten!)

In de zomer van 2025 startten meer dan tien bedrijven met iets dat sommige bedrijven misschien eng vinden: ze lieten hun afval uitsorteren door participant Milieu Service Nederland – die niet alleen echt meet maar ook kansen identificeert.
Kilo voor kilo. Fractie voor fractie. Handmatig uitsorteren, wegen, fotograferen. 

In dit artikel vind je de tussenstand van programma Zero-waste, een programma van Green Business Club Amsterdam Sloterdijken, Green Business Club Zaanstad en Milieu Service Nederland dat nog loopt. Laten we beginnen bij het begin: wat zat er nou écht in die containers? 

 

Opvallendheden en cijfers

Het programma Zero-Waste startte begin 2025 met twaalf deelnemers. Elk bedrijf kreeg dezelfde kans: een afvalscan ter waarde van tweeduizend euro, toegang tot een kennisprogramma met diverse kennissessies, en een concrete doelstelling: minimaal 10% afvalreductie binnen twaalf maanden. 
De scans werden gedaan in juli en augustus. We pikken er drie uit. Niet de beste of slechtste, maar drie scans die laten zien waar bijna iedereen tegenaan loopt.  

De cijfers? 15,8 procent restafval bij de een. 20 procent bij de ander. 33,8 procent bij de derde. Klinkt als een verschil, maar de werkelijke schok zit hem in wat er níet in die percentages zit: bij alle drie hoorde tussen de 66 en 84 procent van het ‘restafval’ daar helemaal niet thuis! 

Bij de een was ruim de helft bio-afval uit de keuken. Voedselresten, koffiedik, schillen… gewoon de verbrandingsoven in. Bij een ander bedrijf ging bijna de helft op aan tissues (uit toiletten en werkplekken) en papier en karton (van verpakkingen). En dan was er nog dat bedrijf waar 42 procent bio-afval bleek te zijn, terwijl ze dachten dat ze dat al redelijk scheiden. 

Niemand verwachtte dat zó veel in de verkeerde bak zat. 

Eén van hen heeft een voordeel: externe druk. Hun certificering eist gescheiden stromen, maandelijkse registratie, heldere instructies. Geen vrijblijvende ambitie, maar contractuele verplichting. Toch stond er in hun rapport: “Scheidingsconsistentie niet altijd consequent tijdens piekuren.”
Herkenbaar! Tijdens de ochtendspits, bij events, als het druk is dan gaat alles in de eerste de beste bak. Vijfennegentig procent van je brein werkt onbewust. Zodra de stress toeslaat, kies je gemak. Dat bleek ook uit de kennissessie “de psychologie van Duurzaam gedrag”, onderdeel van programma Zero-waste.  

Een ander bedrijf zag het probleem direct toen ze hun dagelijkse routine analyseerden: losse bakjes verspreid over werkplekken, terwijl de meeste stromen ontstaan op een paar vaste plekken: bij de koffiehoek, bij de printer, bij de kantine. Logisch dat het misgaat. Als je niet weet welke bak waarvoor is, kies je de dichtstbijzijnde! 

En dan was er dat bedrijf met bijna vijfduizend kilo koffiedik per jaar. Allemaal de verbrandingsoven in. In hun adviesrapport stond: “Versnipperde inzamelstructuur, losse bakken zonder uniforme opstelling.” Ze weten wat ze moeten doen. Ze schreven het zelfs op: betere leveranciersafspraken, minder verpakkingen via slimmer inkopen. Ook hier geeft het programma handvatten voor, onder meer door de sessie “Duurzaam inkopen” van oktober.  

Drie verschillende sectoren, drie verschillende percentages. Maar één gemene deler: wat er tussen het restafval zat, is in veel gevallen helemaal geen restafval. 

 

De kennissessies 

Tijdens het programma waren er (en komen er) diverse kennissessies. Alle deelnemers kregen dezelfde gereedschapskisten. Hoe en of ze die ook gaan gebruiken, is aan hen. 

Je kunt het brein niet dwingen. Maar je kunt het verleiden. 

Eerste sessie ging over gedrag en gedragsverandering, met dank aan Jorn Pasmans. De kern: we blijken ons helemaal niet zo bewust van ons gedrag als dat we misschien denken. Vijfennegentig procent van ons brein werkt onbewust. Je kunt niet verwachten dat mensen anders gaan scheiden door nóg een bordje op te hangen. 

Wat wel werkt? Maak de juiste keuze de gemakkelijkste keuze. 

Niet: “Mensen moeten bewuster worden.”
Wel: “Zet de swillbak dichter bij het aanrecht, de restafvalbak verder weg.” 

Niet: “We moeten beter scheiden.”
Wel: “Maak de restafvalbak kleiner, de PMD-bak groter.” 

En vooral: vermijd piekuren. Tijdens stress valt iedereen terug op de automatische piloot. Dus als je keuken vol draait tijdens het ontbijt en je wilt dat scheiding dan ook lukt, moet je het fysiek onmogelijk maken om afval in de verkeerde bak te gooien.  

Één van de deelnemers herkende het meteen. Hun grootste probleem inderdaad: de piekuren. Zodra de drukte toesloeg, ging alles door elkaar. Nu wisten ze wat te doen: de belangrijkste bak nóg dichter bij waar het afval ontstaat, de restafvalbak juist naar de andere kant van de ruimte.  

Een ander bedrijf – dat met die versnipperde bakken – heeft nu beter begrip van waarom het afval scheiden niet lukt: Losse bakken zonder logica, geen uniforme opstelling, geen duidelijke signing. Het onbewuste brein weet niet wat ermee moet. Dus kiest het voor gemak: alles in één (vaak de eerste de beste) bak.  

Geen ‘afval’ maar ‘grondstoffen op de verkeerde plek’. 

De kennissessie over Zero-waste strategieën was een praktische met vier sprekers.  Bereid met Zorg kweekt paddenstoelen op koffiedik. Verdraaid Goed maakt bioplastic van oud textiel. NoWa verwerkt voedselresten tot cosmetica. Roetz bouwt fietsen van gerecyclede onderdelen. 

De boodschap: voor bijna elke ‘afval’stroom bestaat iemand die het als grondstof ziet. 

Dat bedrijf met die bijna vijfduizend kilo koffiedik? Ze hoorden tijdens deze sessie wat je ermee kunt. Paddenstoelen. Bioplastic. Compost. Hierop valt actie te ondernemen, en dankzij programma Zero-waste hebben ze deze inspirerende inzichten verkregen!  

Ook aan de inkoopkant is er veel te winnen. Eind oktober gaf Phi Factory interessante inzichten over duurzaam inkopen. Want ‘het beste afval, is afval dat nooit ontstaat’. 

Hoe selecteer je leveranciers die verpakkingsarm leveren? Welke bulk- en navulstandaarden kun je afspreken? Hoe maak je single-use plastics overbodig door slimmer in te kopen? 

Eén van de deelnemers aan het programma had al iets sliims bedacht voor een afvalstroom: taps geïnstalleerd voor kraanwater met smaakjes in plaats van blikjes frisdrank. Geen verpakkingen, geen transport, geen afval. Preventie aan de bron. 

 

De experimenten: wat ze nu proberen te veranderen 

Na de scans en de sessies komen we eind november samen tijdens de inspirerende eindbijeenkomst “De Toekomst van Afval”. Hier worden de afvalscans nogeens uitvoerig besproken door Milieu Service Nederland. We duiden kansen en gaan met elkaar in gesprek om van elkaar te leren en waar mogelijk samen te werken om reststromen opnieuw in te zetten bijvoorbeeld.  

Een tipje van de sluier…?
Het compact maken van afval en beter scheiden. Met een minipers voor restafval (verwachting: van honderden naar tientallen transporten per jaar, tachtig procent minder CO₂), bio-afval apart inzamelen (biovergister of externe vergisting), tissues apart (circulaire verwerking), PMD via Verpact (gratis inzameling). De businesscase klopt. Maar de uitdaging blijft: die piekuren. Als de drukte toeslaat, valt iedereen terug. Kunnen ze dat oplossen door de handvatten uit de kennissessie(s) toe te passen? Wij geloven van wel!  

Implementeren van een goed afvalbeleid kost tijd, prioriteit, en mandaat. Zonder externe druk verschuift het makkelijk naar volgende week, volgende maand, volgende keer…

Maar deze bedrijven hebben zich gecomiteerd en gaan aan de slag.
Zo maken we samen écht impact!  

 

Geleerde lessen

Ook al kennen we de uitkomst van het  -% reductie in restafval en de oplossingen die toegepast worden nog niet, er zijn lessen uit de nulmetingen. 

Eén: Durf te meten. “We scheiden al redelijk.” Maar wat als blijkt dat je tussen de 66 en 84 procent verkeerd zit?! Je kunt niet sturen op een onderbuikgevoel. 

Twee: Begin met de grootste afvalstroom en pak die beet. Bij de één was het bio-afval (ruim de helft), bij de ander tissues en papier (elk een vijfde), bij de derde ook bio-afval (ruim twee vijfde). Pak dus niet alles tegelijk. Bewijs dat één stroom lukt, schaal dan op. 

Drie: Maak scheiding fysiek makkelijker. “Bewuster worden” werkt niet. “Bak dichter bij waar het afval ontstaat” werkt wel. Alsmede uniformiteit in alle (kantoor-)ruimten en een kleinere restafvalbak, helemaal aan het einde van de afvalbakken’straat’.  

Vier: Externe druk helpt. Certificering dwingt tot resultaat. Zonder die druk verschuift het. Creëer je eigen deadline: koppel afvalreductie aan jaardoelen, bonussen, klantcommunicatie. 

Vijf: Gebruik partners en maak gebruik van het (GBC) netwerk. Een partij die je koffiedik neemt? Een partij die PMD gratis voor je regelt? Ga aan de slag en maak gebruik van de kennis en het netwerk uit het programma Zero-waste.  

 

Ook aan de slag met afval?
Sluit aan als participant en ontdek hoe we samen echt impact kunnen maken. 

 

Meer artikelen, inzichten en informatie ontvangen?

Zorg dat je niets mist en ontvang onze e-mails in een paar klikken!