2020/10/08 geplaatst in Algemeen, Energie, Groen, Klimaat, Mobiliteit

Nils Bonder, voorzitter GBC Bunnik: ‘Bedrijven kunnen samen meer dan één!’

Nils Bonder is werkzaam bij Royal BAM Group nv, één van de bedrijven die betrokken is geweest bij de oprichting van Green Business Club (GBC) Bunnik. Ook Nils is sinds het begin betrokken geweest bij GBC Bunnik en is sinds juli 2020 voorzitter van GBC Bunnik. Wij gingen met hem in gesprek over GBC Bunnik, waarom hij voorzitter is geworden, met welke thema’s zij aan de slag gaan en tot slot hoe hij de toekomst van GBC Bunnik ziet.

GBC Bunnik, wat is het en waarom ben jij erbij betrokken?
“GBC Bunnik is een samenwerkingsverband van een aantal grote bedrijven die in Bunnik zijn gestationeerd: Royal BAM Group nv, ENGIE, NS, Vrumona, BOVAG, gemeente Bunnik, Postillion Hotel Bunnik en Sempergreen. Dit zijn grote bedrijven als je het vergelijkt met de omvang van Bunnik. Ik ben verantwoordelijk voor de locaties van Royal BAM Group nv in Nederland en dus ook van Bunnik.
Binnen de omgeving Bunnik liggen genoeg mogelijkheden om te verduurzamen. Wij hebben elkaar daarom opgezocht en daar kwam uit dat de Green Business Club een goede formule is om de gezamenlijke ambities op het gebied van duurzaamheid, te realiseren.
Vanuit de gezamenlijke ambities, betrokkenheid op het gebied van duurzaamheid en omdat er een bestuur nodig is om de omgeving te verduurzamen, heb ik de handschoenen opgepakt en vervul ik nu de rol als voorzitter van GBC Bunnik.”

Wat betekent duurzaamheid voor jou?
“In eerste instantie betekent duurzaamheid veel voor Royal BAM Group nv. Wij hebben grote ambities op het gebied van duurzaamheid. Denk hierbij aan het besparen van energie en het duurzaam opwekken ervan. En als wij dat ambiëren, wil je dat jouw hoofdkantoor daar ook aan voldoet.”

Wat is de meerwaarde van een Green Business Club en waarom vind jij dat bedrijven zich moeten verenigen?
“Het principe van Green Business Club werkt goed om lokaal partijen te bundelen en lokaal een duurzaamheidsimpuls te geven aan een gebied. Ik hoop dat er nog meer Green Business Clubs in Nederland gaan ontstaan.
Deze verbinding maakt het toegankelijker om met elkaar kennis te delen en dit gelijk toe te passen in de praktijk. Daar kan je enorm je voordeel uit halen. Bedrijven kunnen samen meer dan één!”

Met welke thema’s gaan jullie de komende periode aan de slag?
“We hebben vier thema’s uitgekozen waar de bedrijven de aankomende tijd mee aan de slag gaan. Dat zijn: klimaatadaptatie, mobiliteit, energie en facilitair.
Klimaatadaptatie gaat bijvoorbeeld om het opvangen van regenbuien en het minder versteend maken van het gebied.
Mobiliteit richt zich nu op verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Als het gaat om bereikbaarheid, ligt de focus op voetgangers en fietsers. Door de bereikbaarheid van het gebied te verbeteren, willen we mensen stimuleren om met de fiets of te voet te komen. Dit is het eerste traject. Het tweede traject is dat we met alle partners in kaart brengen wie er wanneer naar het gebied toe komt en met welk vervoersmiddel. Als dat inzichtelijk is, wordt er gekeken naar de mogelijkheid omtrent het stimuleren van bijvoorbeeld het fietsgebruik.
Bij het thema energie kijken we naar locaties waar daken beschikbaar zijn om zonnepanelen te plaatsen bijvoorbeeld. Dat willen we niet alleen met bedrijven doen, maar ook de buurt erbij betrekken door het gesprek aan te gaan met de bewoners.
Het thema facilitair behelst voornamelijk het reduceren van eigen (kantoor)afval. We gaan samenwerken om te kijken hoe wij onze afvalstromen kunnen reduceren.”

Hoe zie je de toekomst van GBC Bunnik?
“Rooskleurig natuurlijk! We zijn net begonnen in vergelijking met andere Green Business Clubs in Nederland en daardoor moet ons eerste grote project samen nog beginnen.
Mijn toekomstdroom is dat wij veel meer kennis delen met elkaar en dat er gezamenlijk mooie en leuke activiteiten en projecten gaan plaatsvinden. Een toekomst waarin de spoorzone van Bunnik duurzamer en klimaatadaptiever is en waarin wij als bedrijven ook de gemeente Bunnik helpen om haar duurzaamheidsambities te verwezenlijken.”