2020/02/10 geplaatst in Evenementen, Levendigheid, Mensen

Tentoonstelling Bombardement Bezuidenhout 3 maart 1945 bij MN

Op 3 maart 1945 werden de Haagse woonwijk het Bezuidenhout en een deel van het centrum opgeschrikt door een grootschalig bombardement van de geallieerden. Dat wordt dit jaar herdacht met een tentoonstelling die te zien in in de expositieruimte van MN.  De tentoonstelling start 19 februari en is te bezoeken tot 3 april 2020.

De tentoonstelling opent op 19 februari 2020, om 10.00u. Wethouder Saskia Bruines is hier bij aanwezig, en de speciale gast Joop Buyt, Vrijheidsambassadeur in het kader van 75 jaar vrijheid Den Haag én geboren Bezuidenhouter. Daarnaast is er ook de wandelroute gemaakt, ‘Wandelen door historie van Bezuidenhout’ met foto’s, filmpjes en verhalen van het straatbeeld van voor én na het bombardement. GBC Beatrixkwartier nodigt haar participanten van harte uit de expositie te komen bekijken en de route te lopen.

Verhalen van ooggetuigen
In de tentoonstelling staat het verhaal van 3 maart 1945 en de hulp en opvang na de ramp centraal, vanuit de belevenis van de mensen die het bombardement hebben meegemaakt. Het Bezuidenhout was in de oorlogsjaren een levendige woonwijk, waar ook Hagenaars naar toetrokken nadat ze hun huis elders in de stad moesten verlaten door de aanleg van de Atlantikwall. De bewoners doorstonden de hongerwinter en de vele luchtalarmen vanwege de Duitse V2-raketlanceringen vanaf de omgeving van het Haagse Bos en de daarop uitgevoerde precisiebombardementen van de Engelse luchtmacht. Op de bewuste zaterdagochtend van 3 maart 1945 ging het luchtalarm vroeg af, maar dit keer was door het grote lawaai van de zware bommenwerpers snel duidelijk dat het een andere dag zou worden. De bommen vielen vanaf 9.00 uur in grote aantallen in series op het Bezuidenhout en het centrum dichtbij het Haagse Bos. Ruiten sprongen en muren trilden. Schuilen was haast onmogelijk. Mensen probeerden te vluchten, maar voor een groot aantal was dit te laat.

Hulp uit de regio
Inwoners van Voorburg zagen een stoet van ontredderde mensen uit Bezuidenhout komen, vaak met alleen een koffer, het kostbare Zweedse witte brood of een kinderwagen met wat spullen erop. Alles wat ze in de grote haast nog mee konden nemen. De hulp aan gewonden ging gestaag, vooral door gebrek aan vervoer en medicijnen. De brandweer kon door gebrek aan mankracht en materieel weinig doen tegen de hoge vuurzee. Ook de in de haast op straat gezette huisraad door bewoners belemmerden de doorgangen. Korpsen uit de regio en ver daarbuiten schoten te hulpen, maar het duurde vijf dagen voordat het sein brandmeester kon worden gegeven.

De leegte als herinnering
Het bombardement heeft naast de slachtoffers ook duizenden Hagenaars dakloos gemaakt en kerken, winkels en bedrijven verwoest. Het stadsbestuur van Den Haag ging snel over tot het ruimen van het puin. Voor de ontheemde inwoners moest een nieuw onderkomen, huisraad en soms kleding worden gezocht. Na enkele weken keerden de eerste bewoners van het Bezuidenhout terug en kwam het leven in de wijk na de bevrijding weer op gang. Op 3 maart 1946 stonden honderden Hagenaars stil bij de ramp tijdens de eerste herdenking. De leegte in de wijk bleef nog lang als herinnering achter.